inschakelstromen bij spoelen

Sep 29, 2003 6 Replies

Uitleg voor stroomstoot bij inschakelen:



Enerzijds: Bij het inschakelen van de spoel is er nog geen MMK aanwezig die de stroom die



wij door de spoel sturen later zal tegenwerken. Hierdoor staat een grote spanning enkel over



de vrij lage inwendige weerstand van de spoel. Aangezien stroom omgekeerd evenredig is



met de weerstand, krijgen we dan een stroompiek



Anderzijds: De stroom die door een spoel vloeit bestaat uit 2 componenten: een regimestroom (constante sinusoïdale stroom) en een overgangsstroom, die na het inschakelen exponentieel daalt tot aan 0, de amplitude daalt exponentieel naar de amplitude van de regimestroom, doch in het begin is de stroom zo groot dat meetinstrumenten beschermd dienen te worden.



Nu haal ik echter m'n cursus elektromagnetisme van vorig jaar boven en vind ik: i = I * [ 1 - e^-(R*t/L) ], --> stijgt met de tijd. met i = stroom op tijdstip t I = uiteindelijke stroom L = zelfinductiecoëfficiënt R = inwendige weerstand spoel.



Het onderste sloeg wel degelijk meer op gelijkstroom/spanning, en het bovenste op wisselstroom/spanning. Het bovenste verhaal ging over een spoel met ijzeren kern.



Hoe verklaar je de tegenstelling tussen beide?



Phenix


Uitleg voor stroomstoot bij inschakelen:

Enerzijds: Bij het inschakelen van de spoel is er nog geen MMK aanwezig die de stroom die

wij door de spoel sturen later zal tegenwerken. Hierdoor staat een grote spanning enkel over

de vrij lage inwendige weerstand van de spoel. Aangezien stroom omgekeerd evenredig is

met de weerstand, krijgen we dan een stroompiek

Anderzijds: De stroom die door een spoel vloeit bestaat uit 2 componenten: een regimestroom (constante sinusoïdale stroom) en een overgangsstroom, die na het inschakelen exponentieel daalt tot aan 0, de amplitude daalt exponentieel naar de amplitude van de regimestroom, doch in het begin is de stroom zo groot dat meetinstrumenten beschermd dienen te worden.

Nu haal ik echter m'n cursus elektromagnetisme van vorig jaar boven en vind ik: i = I * [ 1 - e^-(R*t/L) ], --> stijgt met de tijd. met i = stroom op tijdstip t I = uiteindelijke stroom L = zelfinductiecoëfficiënt R = inwendige weerstand spoel.

Het onderste sloeg wel degelijk meer op gelijkstroom/spanning, en het bovenste op wisselstroom/spanning. Het bovenste verhaal ging over een spoel met ijzeren kern.

Hoe verklaar je de tegenstelling tussen beide?

Phenix

Uitleg voor stroomstoot bij inschakelen:

Enerzijds: Bij het inschakelen van de spoel is er nog geen MMK aanwezig die de stroom die

wij door de spoel sturen later zal tegenwerken. Hierdoor staat een grote spanning enkel over

de vrij lage inwendige weerstand van de spoel. Aangezien stroom omgekeerd evenredig is

met de weerstand, krijgen we dan een stroompiek

Anderzijds: De stroom die door een spoel vloeit bestaat uit 2 componenten: een regimestroom (constante sinusoïdale stroom) en een overgangsstroom, die na het inschakelen exponentieel daalt tot aan 0, de amplitude daalt exponentieel naar de amplitude van de regimestroom, doch in het begin is de stroom zo groot dat meetinstrumenten beschermd dienen te worden.

Nu haal ik echter m'n cursus elektromagnetisme van vorig jaar boven en vind ik: i = I * [ 1 - e^-(R*t/L) ], --> stijgt met de tijd. met i = stroom op tijdstip t I = uiteindelijke stroom L = zelfinductiecoëfficiënt R = inwendige weerstand spoel.

Het onderste sloeg wel degelijk meer op gelijkstroom/spanning, en het bovenste op wisselstroom/spanning. Het bovenste verhaal ging over een spoel met ijzeren kern.

Hoe verklaar je de tegenstelling tussen beide?

Phenix

Uitleg voor stroomstoot bij inschakelen:

Enerzijds: Bij het inschakelen van de spoel is er nog geen MMK aanwezig die de stroom die

wij door de spoel sturen later zal tegenwerken. Hierdoor staat een grote spanning enkel over

de vrij lage inwendige weerstand van de spoel. Aangezien stroom omgekeerd evenredig is

met de weerstand, krijgen we dan een stroompiek

Anderzijds: De stroom die door een spoel vloeit bestaat uit 2 componenten: een regimestroom (constante sinusoïdale stroom) en een overgangsstroom, die na het inschakelen exponentieel daalt tot aan 0, de amplitude daalt exponentieel naar de amplitude van de regimestroom, doch in het begin is de stroom zo groot dat meetinstrumenten beschermd dienen te worden.

Nu haal ik echter m'n cursus elektromagnetisme van vorig jaar boven en vind ik: i = I * [ 1 - e^-(R*t/L) ], --> stijgt met de tijd. met i = stroom op tijdstip t I = uiteindelijke stroom L = zelfinductiecoëfficiënt R = inwendige weerstand spoel.

Het onderste sloeg wel degelijk meer op gelijkstroom/spanning, en het bovenste op wisselstroom/spanning. Het bovenste verhaal ging over een spoel met ijzeren kern.

Hoe verklaar je de tegenstelling tussen beide?

Phenix

Uitleg voor stroomstoot bij inschakelen:

Enerzijds: Bij het inschakelen van de spoel is er nog geen MMK aanwezig die de stroom die

wij door de spoel sturen later zal tegenwerken. Hierdoor staat een grote spanning enkel over

de vrij lage inwendige weerstand van de spoel. Aangezien stroom omgekeerd evenredig is

met de weerstand, krijgen we dan een stroompiek

Anderzijds: De stroom die door een spoel vloeit bestaat uit 2 componenten: een regimestroom (constante sinusoïdale stroom) en een overgangsstroom, die na het inschakelen exponentieel daalt tot aan 0, de amplitude daalt exponentieel naar de amplitude van de regimestroom, doch in het begin is de stroom zo groot dat meetinstrumenten beschermd dienen te worden.

Nu haal ik echter m'n cursus elektromagnetisme van vorig jaar boven en vind ik: i = I * [ 1 - e^-(R*t/L) ], --> stijgt met de tijd. met i = stroom op tijdstip t I = uiteindelijke stroom L = zelfinductiecoëfficiënt R = inwendige weerstand spoel.

Het onderste sloeg wel degelijk meer op gelijkstroom/spanning, en het bovenste op wisselstroom/spanning. Het bovenste verhaal ging over een spoel met ijzeren kern.

Hoe verklaar je de tegenstelling tussen beide?

Phenix

Uitleg voor stroomstoot bij inschakelen:

Enerzijds: Bij het inschakelen van de spoel is er nog geen MMK aanwezig die de stroom die

wij door de spoel sturen later zal tegenwerken. Hierdoor staat een grote spanning enkel over

de vrij lage inwendige weerstand van de spoel. Aangezien stroom omgekeerd evenredig is

met de weerstand, krijgen we dan een stroompiek

Anderzijds: De stroom die door een spoel vloeit bestaat uit 2 componenten: een regimestroom (constante sinusoïdale stroom) en een overgangsstroom, die na het inschakelen exponentieel daalt tot aan 0, de amplitude daalt exponentieel naar de amplitude van de regimestroom, doch in het begin is de stroom zo groot dat meetinstrumenten beschermd dienen te worden.

Nu haal ik echter m'n cursus elektromagnetisme van vorig jaar boven en vind ik: i = I * [ 1 - e^-(R*t/L) ], --> stijgt met de tijd. met i = stroom op tijdstip t I = uiteindelijke stroom L = zelfinductiecoëfficiënt R = inwendige weerstand spoel.

Het onderste sloeg wel degelijk meer op gelijkstroom/spanning, en het bovenste op wisselstroom/spanning. Het bovenste verhaal ging over een spoel met ijzeren kern.

Hoe verklaar je de tegenstelling tussen beide?

Phenix

Uitleg voor stroomstoot bij inschakelen:

Enerzijds: Bij het inschakelen van de spoel is er nog geen MMK aanwezig die de stroom die

wij door de spoel sturen later zal tegenwerken. Hierdoor staat een grote spanning enkel over

de vrij lage inwendige weerstand van de spoel. Aangezien stroom omgekeerd evenredig is

met de weerstand, krijgen we dan een stroompiek

Anderzijds: De stroom die door een spoel vloeit bestaat uit 2 componenten: een regimestroom (constante sinusoïdale stroom) en een overgangsstroom, die na het inschakelen exponentieel daalt tot aan 0, de amplitude daalt exponentieel naar de amplitude van de regimestroom, doch in het begin is de stroom zo groot dat meetinstrumenten beschermd dienen te worden.

Nu haal ik echter m'n cursus elektromagnetisme van vorig jaar boven en vind ik: i = I * [ 1 - e^-(R*t/L) ], --> stijgt met de tijd. met i = stroom op tijdstip t I = uiteindelijke stroom L = zelfinductiecoëfficiënt R = inwendige weerstand spoel.

Het onderste sloeg wel degelijk meer op gelijkstroom/spanning, en het bovenste op wisselstroom/spanning. Het bovenste verhaal ging over een spoel met ijzeren kern.

Hoe verklaar je de tegenstelling tussen beide?

Phenix

Join the Discussion

Have something to add? Share your thoughts — no account required.

Didn't find your answer?

Ask the community — no account required